Onverbeterlijk beter
Ik hou van Louis van Gaal; zijn optredens in welk tv-programma dan ook leveren meestal puntje-van-je-stoelmomenten op. Heerlijk om te horen hoe hij een ervaren journalist de persruimte uit foetert. Fulmerend, met een overvloed aan speeksel kleineert hij de dagbladschrijver tot op het bod. Uit de hoogte? Ja zeer. Narcistisch? Ook ja. Want ik hou van Louis van Gaal, maar niet zoveel als Louis van zichzelf houdt. Er kijken meer mensen naar sportprogramma’s als Louis aanschuift. Zegt Louis. Dat is me van een misplaatste arrogantie waar Harry Mens jaloers op is. Ooit noemde Freek de Jonge Johan Cruyff ‘ongeneeslijk beter’, maar dan is Van Gaal ‘onverbeterlijk beter’. 
Ik herinner me de karatetrap tijdens de Champions League-finale in 1995, de voetballes aan een groep verstandelijk gehandicapten samen met Willem van Hanegem, het gedicht toen hij als technisch directeur aantrad bij Ajax tot aan de tenenkrommende topmonoloog over zijn al dan niet aanblijven bij AZ van vorige week.
Maar altijd volg ik zijn levensbewegingen op de voet. Tot tranen toe geroerd toen het publiek zijn doodzieke vrouw uitkafferde voor ‘kankerwijf’. Jezus, wat moet dat pijn hebben gedaan! Maar Louis, bleef Louis. Althans voor de buitenwereld, want volgens mij vloeide het bloed van binnen rijkelijk. En daar is zijn schild ontstaan. Zijn verongelijkte kijk op de wereld. En weet je wat, ik vergeef het hem.
Ik blijf kijken, Louis en naar je luisteren. Want meestal raak je de juiste snaren. En als je dan weer doorslaat, luister ik er doorheen. Omdat ze je gekrenkt hebben, op een barbaarse manier. Ik weet het zeker, daar ging het mis!